Dynamiek

Dynamiek: Ook dit onderwerp is al zijdelings besproken in de voorgaande hoofdstukken. De  dynamische eigenschappen van het instrument zijn: -gemiddelde dynamiek mf – mp -naar verhouding klinkt het lage register zachter dan het hoge. -verlagingen zijn zachter dan onverlaagde tonen. -verlagingen kunnen zachter dan niet verlagingen -onverlaagde tonen kunnen sterker dan verlaagde -hoge snelheid icm sprongen beperken het dynamische bereik, in de hoogte zal een piano in dat geval moeilijker worden, in de de laagte een forte. Dynamische verschillen kunnen heel groot worden gemaakt op de panfluit. Zeker als van de natuurlijke dynamiek van het instrument gebruik wordt gemaakt. Om extreem zacht te kunnen spelen zijn dubbel verlagingen een erg goede optie. Dit is goed hoorbaar in Verso van Ron Ford. In dit werk wordt steeds een Sforzato gevolgd door een pianissimo, op dezelfde toonhoogte. Dit wordt bereikt door het sforzato op de “nooteigen”  pijp te spelen en het pianissimo op een naastliggende pijp die een hele secunde wordt verlaagd. Soms zijn ook flageoletten een uitkomst, vooral daar waar hoog en zacht gespeeld moet worden. De flageoletten worden in een apart hoofdstuk behandeld. De klankkleur veranderd natuurlijk wel met het gebruik van dergelijke technieken. Zoals steeds, bepaald de context welke dynamische mogelijkheden er zijn. De factor tijd speelt weer een grote rol. Hoe langer de tonen kunnen klinken, des te sterker of zachter kunnen zij worden gemaakt. De afstanden tussen de pijpen zijn ook van grote invloed, hoe kleiner die is hoe zachter of sterker er gespeeld kan worden. Hoe groter de afstand tussen de pijpen, hoe minder lang de tonen kunnen klinken kunnen, de reis van de ene naar de andere pijp kost immers tijd. Dit geldt dus ook voor zachte passages, ook al klinkt de pijp korter, de pijp heeft tijd nodig om te klinken en als er weinig tijd is om de klank te maken, moet met iets meer kracht worden gespeeld, waardoor de toon nooit zo zacht kan zijn als mogelijk. Dit zijn algemeenheden, er zijn veel voorbeelden van stukken van snelle stukken met grote sprongen die toch sterk zijn. Het middendeel van PERFLA voor panfluit en orgel van Daan Manneke is daar een goed voorbeeld van. Het zou alleen sterker kunnen zijn als de tonen langer zouden kunnen klinken. Snelle passages zouden ook weer extreem zacht kunnen zijn als ze dubbelverlagd gespeeld kunnen worden, maar dan moet het dus echt op die dubbelverlagingen zijn geschreven. De kans op vals spel neemt hiermee erg toe. De algemene regels die ik stel worden vooral van kracht op het moment dat de periferie van de (dynamische) mogelijkheden worden opgezocht.

 

Verso_First_Line

Verso van Ron Ford. Verlaagde tonen kunnen zachter dan onverlaagde.Het gevraagde pianissimo kan worden bereikt door alle tonen te verlagen door alle noten op de linker naastliggende pijp een halve tot een hele toon te verlagen.