Glissando

Glissandi: Zoals eerder bespoken kan er op een panfluit in principe alleen verlaagd worden. Voor chromatiek veranderd de fluitist de lucht druk, embouchure en stand van de fluit zover dat de toon van de fluit een kleine secunde lager wordt. Er kan echter veel verder worden verlaagd, op de hoge pijpen zelfs meer dan een sext. Om een verlaging op de grote pijpen te krijgen moet vergeleken met de kleine naar verhouding een veel grotere beweging worden gemaakt.  Ook neemt het dynamische bereik van een verlaging steeds verder af, wordt de toon steeds zachter en verandert de kleur. De toon gaat steeds meer geknepen klinken. Een melodie waarvan de hoofdtonen middels glissandi aan elkaar zijn verbonden zal nooit egaal van klankkleur zijn. Dynamisch egaal is in theorie mogelijk, maar dan moet het allemaal wel heel goed liggen. De glissandi bijvoorbeeld mogen dan niet te groot zijn. De fluitist zal dan in dubbelverlagingen oplossingen moeten zoeken, een normale rechte manier van aanblazen klinkt altijd luider en meer open dan een verlaging. Er is nog een manier van glissando te maken, door zonder iedere pijp opnieuw aan te blazen/zetten langs de fluit te glijden. Dit is heel stereotype. Een dergelijk glissando bestaat in principe uit de tonen van de dyatonische ladder waarin de fluit is gestemd in veel gevallen C groot/ a klein dus, of Ces groot/ as klein. Als er tijd is, kan een vinger worden geplaatst op de pijp waarvan men wil dat die een halve toon lager klinkt. Heel duidelijk hoorbaar is de verlaging dan weer niet, omdat hij vergeleken met de andere tonen zachter is. Ook zal de naastliggende pijp minder goed klinken, omdat de vinger ook deels die pijp bedekt. Kim_Gliss
Ostinato II van Artyom Kim. Glissandi worden aangegeven met een streepje tussen de noten. Het + teken boven de noten geeft eens slaptongue aan.