Pizzicato

Pizzicato.

Deze techniek is typisch voor de panfluit. In de pijp wordt een vinger gepropt en er verviolgens weer uitgetrokken. Er onstaat een vacuüm in de pijp die wordt aangevuld als de vinger er wordt uitgehaald, waardoor een plop hoorbaar is. Het blijkt in de praktijk erg lastig te zijn om een ritmisch fatsoenlijke opeenvolging van pizzicati te maken, maar 1 pizzicato op een precies voorgeschreven moment is mogelijk. Ook al kun je 2 verschillende vingers in 2 verschillende buizen stoppen, blijft het lastig om dit ritmisch precies te krijgen. Die vingers kunnen natuurlijk ook tegelijk uit de pijpen gehaald worden. Als de fluitist zitten kan, kan de fluit op de schoot worden gelegd en kunnen de vingers van 2 handen worden gebruikt, en dus grotere intervallen worden gemaakt. De toonhoogte van het pizzicato is ± een kwart toon hoger dan de eigenlijke toonhoogte van de pijp. Dit kan weer worden gecorrigeerd door met de andere hand de pijp deels af te dekken. Er is nog een maar bij deze techniek: De fysieke afmetingen van de hand van de speler zijn zeer bepalend. Als iemand kleine vingers heeft zal het moeizamer zijn om het pizzicato te spelen op de grote pijpen door hun grote diameter. Andersom geldt dat iemand met grote vingers ook zijn pink niet meer in een buisje krijgen kan. In mijn geval kan ik tot C2 een pizzicato maken.